“Ik weet dat het cliché klinkt, maar toch heb ik ook de gedachte dat ik niet begrijp waarom hij dood is!” Ik zit rechtop hard te huilen in bed, als ik zou liggen, kan ik geen ademhalen door mijn eigen snot. Eigenlijk lukt snuiten ook niet meer, want steeds komt het in plaats van uit mijn neus, ook mijn keel uit. Het loopt overal. Ik snuit voor de zoveelste keer in het te dunne wc-papier, steeds zoekend naar een nieuw plekje dat nog niet te nat is om maar niet opnieuw op te hoeven staan voor een nieuwe.
Mijn vriendje ligt naast me en aait me over mijn rug. Ik weet dat hij langzaam in slaap aan het vallen is, maar dat geeft niet. Als er maar één veilig iemand is die naar me luistert, dan is het al goed. Hij zwijgt. Ik praat.

“Waarom is hij dood? En hoe gaat de toekomst er uit zien? Ik wil niet ouder worden, want dat betekent dat ik hem meer ga vergeten. Hij is nu nog zo dichtbij. Hij is gewoon nog één van mijn broers. We zijn met z’n allen amper in uiterlijk veranderd in twee jaar. Maar hoe moet dat straks? Als we veertig en vijftig zijn? Dan blijft hij voor altijd jong en dan ga ik kleine dingen vergeten, zoals zijn stem en zijn grapjes..! Ik wil het niet! Ik wil niet verder! Ik wil geen leven leiden zonder hem! Twee jaar geleden! Het is bijna twee jaar geleden!” Ik haal weer opnieuw adem voordat ik verder ga met de apotheose. Ik verlies de controle over mijn stem en de piek in mijn emotie is bereikt: “Waarom, waarom is hij dood? Met mijn hoofd kan ik het echt niet begrijpen. He-le-maal niet! Ik mis je, Robin! Ik mis je zo-o-o-o!” Ineens springt mijn vriend op die tóch nog niet in slaap gevallen was. “Anne, gaat het wel goed met je? Moet ik me zorgen maken?” Ik lach als een boer met kiespijn en zeg met tegenzin, omdat het me weghaalt van ‘mij’: “Nee, schatje, dit is net het belangrijkste moment! Hier gaat het om!” Hij valt weer neer in bed en legt zijn warme hand weer op mijn rug. “Oke, dat weet ik wel, maar het klonk ineens zo heftig,” hoor ik hem mompelen.
Ik ga door. Ik trek me even niets aan van mijn liefje omdat ik weet dat ik deze storm door me heen mag laten gaan en dat ze vanzelf minder zal worden. Omdat ik weet dat hij dit ook wil. En inderdaad, een paar minuten later wordt mijn lichaam moe, wordt de ruimte tussen mijn gedachten stiller en groter en snuit ik nog voor een laatste maal in het propje wc-papier tot ik mijn hoofd weer op mijn kussen leg. Mijn vriend slaapt nu – ik hoor het aan zijn ademhaling. Met mijn hand in zijn hand, tuur ik de donkere ruimte in. Steeds als ik mijn hand los wil maken, knijpt hij er zachtjes in. Zelfs in zijn slaap vertikt hij het om me te laten gaan. Ik begrijp zijn bezorgdheid wel. Ook ik vind het altijd een beetje eng als alles er in één keer uit lijkt te komen. 

De volgende dag besluit ik een dag vrij te nemen van werk (het schrijven aan het boek van mijn moeder: Zinvol Rouwen) en loop ik een wandeling van tien kilometer in de sneeuw. Ik luister naar Oprah Winfrey’s podcast: Super Soul Sunday, waar een dokter (Jill Bolte Taylor) vertelt dat ze een beroerte kreeg en haar linkerhersenhelft; het deel dat begrijpt, dat dingen in een context weet te plaatsen, dat weet hoe je iets verwoord, dat kan rekenen, dat argumenteert, dat analyseert, dat dualisme gebruikt om iets te kunnen vatten, dat een identiteit creëert… grotendeels voor een tijd verloor. Ze kon er niets meer mee. Het enige dat overbleef was haar rechterhersenhelft. Het deel in ons dat in beelden en sferen de wereld bekijkt. Het deel in ons dat ruimte is, onbegrensd is, dat verbonden is met alles, dat een puur voelen kent en voorbij begrippen, cijfers, letters, identiteiten en dualisme gaat. Ons super verlichte, spirituele deel dus eigenlijk. ?

 

Terwijl ik luisterde, ontving ik een inzicht over mijn kreten in mijn rouw van gisteravond.
Het leven bestaat uit twee delen: dat wat we kunnen begrijpen
en dat wat we niet kunnen begrijpen; het onvatbare/ongrijpbare, hoe hard we het ook proberen. 

 

Wat ik gisteravond ervoer: het wíllen begrijpen van mijn broers dood, is enkel mijn linkerhersenhelft dat wanhopig haar best deed om deze ervaring in mijn leven in perspectief te plaatsen. Maar de dood is onbegrijpelijk.
Rouwen dwingt mij, en ons, om de dood van een geliefde te kunnen ervaren op basis van onze rechterhersenhelften. Door middel van contact maken met de waarheid van ons hart. Waarin onbegrensdheid wél te ‘vatten’ is. Waarin door middel van een diep voelen, ervaringen opgedaan kunnen worden die een diep menselijk begrip voortbrengen.

Dit kan via muziek, via kunst, via films, via creëren, via spiritualiteit, via door de emoties heen gaan en zo meer in het verlichte bewustzijn van onszelf komen. (In mijn moeders boek schrijven we hier meer over.) 
Gisteravond liet ik mezelf door mijn emoties gaan. Ik bracht mezelf van mijn linkerhersenhelft waarin de dualiteit (de afgescheidenheid) leeft, langzaam naar mijn rechterhersenhelft. Hoe? Door ongecensureerd uiting te geven aan alles wat ik voel en denk in de linkerhersenhelft, beland ik vanzelf in de rechter. 
Ongecensureerd betekent: niet langer verzetten, maar openstaan voor. Niet langer oordelen en pijn naar wat ik voel, maar liefdevol benaderen: het betekent zelf de onbegrensde ruimte worden naar de begrenzing die in ons plaatsvindt. 

Mijn vriend met zijn luisterend oor en zijn warme hand op mijn rug, hielpen mij dit alles met liefde te ontvangen. In mijn uppie kan ik dit echt niet zo goed. Maar, wie kan dit wel? We hoeven dit leven en rouwen, gelukkig niet alleen te doen.

Liefs,
Anne

PS Het boek Zinvol Rouwen: over mijn moeder die haar zoon Robin verloor, komt in 2018 uit. We zijn iedere dag hard aan het werk, maar we weten nog niet wanneer het af is. Nog even geduld asjeblieft zodat wij hier een pareltje van kunnen maken! 

Meer inspiratie lezen? Misschien zit er iets tussen waar je net een vraag over had: 

Gaan voor wat ik wil

Gaan voor wat ik wil

Iedere dag kijk ik ongeduldig uit mijn raam of mijn tulpen al groeien. En nee, dat is geen codetaal voor iets schunnigs. Ik plantte daadwerkelijk een paar bollen vorige herfst, langs het pad waar mijn coachees naar de voordeur wandelen. Ik stelde een koninklijk entree...

Lees meer
Wat kan ik toch een trutje zijn

Wat kan ik toch een trutje zijn

Gisteravond maakte ik ruzie met mijn liefje. Of hij met mij. Ik weet niet meer wie begon. Maar ik weet wel hoe het eindigde: hij lag op de bank voor zich uit te staren en kon geen woord meer zeggen. En ik, ik blééf maar praten. Praten, praten, praten, praten... Alleen...

Lees meer
Wanneer zelfhaat zijn intrede doet

Wanneer zelfhaat zijn intrede doet

Er zijn momenten in het leven waarin we een enorme stap mogen maken om onze eigen waarheid te volgen. Een stap die offers met zich meebrengt. Het offer van het grootste soort. Ik heb het niet over geld, of over spullen, of een valse zekerheid zoals het veranderen van...

Lees meer
Wat als vrouwen zouden blijven?

Wat als vrouwen zouden blijven?

In Oekraïne verlaten vrouwen en kinderen het land. Omdat het te gevaarlijk is, omdat geen mens zou willen blijven. Maar ik kan niet anders dan de afgelopen weken denken: what if all women would stay? De bovenstaande foto zegt voor mij wat ik daarmee bedoel. Deze foto...

Lees meer
Jezelf dragen

Jezelf dragen

Waarom het zo eng is weet ik niet. Maar ik doe er soms uren, en laten we eerlijk zijn: ik doe er soms dagen over voordat ik ga zitten, mijn lichtblauwe moleskine dagboek met vlekken erbij pak en ga schrijven.   Ik begin altijd hetzelfde: ik schrijf de datum op, zet...

Lees meer
Het riskeren van vreugde

Het riskeren van vreugde

We hebben allemaal een wond van binnen die eens in de zoveel tijd flink begint te etteren. (Excuses voor het beeld.) Twijfel je of jij dit hebt? Dan wil ik aan je vragen: wanneer was de laatste keer dat jij iets te fel reageerde op een geliefde of een collega? (Ik...

Lees meer