Hij zit op de ene bank, ik op de andere. Starend in de leegte geeft hij antwoord op mijn vraag. “Ik kan het gewoon niet, Anne… Ik zou het wel willen, maar iedere keer als ik in de buurt van een aanraking kom, voel ik zo’n weerstand.” Mijn hart krimpt ineen. Met de nagels van mijn vingers prik ik in mijn handpalm. “Ik zou zo graag willen dat het anders was dan dit,” zeg ik terug. We zuchten en durven elkaar slechts af en toe aan te kijken.
 
Is dit dan het einde? Hoe komt dit ooit nog goed?
 
Een paar weken eerder had ik een groot geheim opgebiecht dat ervoor zorgde dat alles in onze relatie veranderde. Ik was eigenlijk van plan het geheim nog jarenlang bij me te dragen, misschien zelfs mijn graf in, maar iets groters in mij dacht daar anders over. Van de een op de andere dag had ik een dwingend gevoel in mijn lijf dat zei dat het tijd was om de leugen te doorbreken. Eerst bood ik weerstand met het gebruikelijke verzet dat ik al jarenlang wist vol te houden, maar deze verzwakte meer en meer.
Met als gevolg dat bij het uit elkaar knallen van de leugen, het hart van mijn lieve, lieve man, brak. En ook de mijne. De waarheid was vernietigend.
 
En ondertussen ging het leven gewoon door: ons huishouden en het werk gingen door, corona’s wetregelgeving ging door, we sliepen zelfs nog samen in één bed (met een akelig, voelbare afstand), maar alles was in één klap anders. Wij waren wij niet meer.
 
Al wekenlang leek er geen verbetering in de relatie te komen.


 
Zittende op de bank in onze woonkamer, voel ik ineens een vertrouwen in mijn borst opwellen dat mijn ogen opent voor wat er aan het gebeuren is.

“Schatje”, ik zeg het, maar ik pauzeer even. Een pijnlijke steek in mijn buik ontstaat bij dit koosnaampje. In ‘betere tijden’ gebruiken we het meer dan het noemen van elkaars naam, maar vandaag klopt het niet. Als ik weer even ben bijgekomen, begin ik mijn zin weer opnieuw. In plaats van ‘schatje,’ start ik met zijn voornaam. Waarna ik zeg: “Wat nu als we deze weerstand volgen? Wat als we onszelf niet dwingen er tegenin te handelen, maar steeds als de weerstand komt, daar respect voor te hebben?


Volgens mij mogen we een leerling worden van deze weerstand. En de weerstand dus als leraar aannemen.


Het gevoel is zo sterk. Ook bij mij. Als ik bij je in de buurt kom, voel ik op welke afstand ik mag zijn en op welke afstand ik niet meer welkom ben. Ja, dat is pijnlijk voor me, maar wat nu… Wat als het ons iets wil vertellen? Wat als dit sterke gevoel, in jou en in mij, er om een hele goede reden is? Ik heb geen idee waarvoor, maar laten we het volgen. Als een experiment. En steeds weer hardop de weerstand benoemen zodra we het voelen. Dat we zeggen: ‘he, daar is ie weer. Wat wil de weerstand nu? Hoe kunnen we trouw aan haar zijn?’ Ik voelde het bijvoorbeeld net ook bij het zeggen van het woordje ‘schatje’. Voor mij een duidelijk teken om toch gewoon je voornaam te gebruiken.”

Mijn geliefde heeft al deze tijd met aandacht geluisterd. Hij keek niet meer de leegte in, maar hij keek me recht in de ogen aan. Bedenkelijk, dat wel, maar hij keek me aan.
Een paar tellen gaan voorbij. “Dat… zouden we kunnen doen…” Hij verzit zijn lichaam iets, ik zie dat de eerdere bevriezing in zijn lichaam plaatsgemaakt heeft voor een klein beetje ontspanning. “Maar Anne, wat nu als dit het einde is? Wat als de weerstand voor altijd blijft?”
Ik haal mijn schouders op. “Tja, dan weten we dat ook weer. Maar nu is dit het enige heldere teken dat we hebben. Het is een lelijk teken, een pijnlijke, een gatverdamme-wat-haat-ik-dit-teken, maar we hebben geen keus… En feit is: we weten niet wat het ons zal brengen. Alleen dat het een begin is.” Met hoop in onze ogen vinden onze blikken elkaar.


Als ik dit schrijf, is het ruim vier maanden na dit moment in de woonkamer. Ik blik terug en ik zie dat er vanaf dat moment er langzaam iets in ons veranderde.

We volgden sindsdien meerdere ‘tekens’ zoals het eerbiedig benaderen van onze weerstand.

Zo voelde ik ineens dat ik wilde beginnen met het kijken van de serie modern family en keek hij, eerst met een schuin oog, toen met volle aanwezigheid, met me mee. Ook al waren de dagen pijnlijk en moeilijk en was er nog steeds veel afstand, ’s avonds om half 8 keken we samen een aflevering modern family en lagen we dubbel van het lachen.

 Ook besloot ik een week in een caravan door te brengen, omdat ik wist dat alleen-zijn belangrijk is voor mijn geliefde om tot zichzelf te komen. Vond ik dat leuk? Nee, natuurlijk niet. Maar in tijden van crisis mogen wijze keuzes het overnemen van wat zogenaamd ‘leuk en aangenaam’ is. En er waren nog meer van deze kleine en grote besluiten.
 
De weerstand is nu grotendeels uit het zicht verdwenen.

We kunnen elkaar weer met overgave een kus geven en elkaar knuffelen. We slapen al heel lang weer tegen elkaar aan. Modern family heeft gelukkig 10 seizoenen, dus daar zijn we ook nog wel even zoet mee. (Mede-fans: i love phil!)

 
Ik deel dit verhaal met je omdat ik geregeld met mensen het gesprek voer over ‘volgen wat van nature door ons heen beweegt’.

We zijn in het leven verleerd om dat wat van nature door ons heen beweegt, serieus te nemen. Dat wat in alle onschuld aan ons bewustzijn verschijnt, veroordelen en verwaarlozen we eerder dan dat we het in eerbied tegemoet treden. Maar daarmee lopen we wezenlijke geschenken van het leven mis.

 

De Iers dichter en mysticus John O’Donohue zegt hierover:

“What you encounter, recognise or discover depends to a large degree on the quality of your approach. When we approach with reverence, great things decide to approach us.”
NL: “Wat je tegenkomt, herkent en ontdekt ligt voornamelijk aan hoe je iets benadert. Wanneer we iets met eerbied benaderen, zullen grootse dingen besluiten ons te benaderen.

 

We kunnen een heel leven vechten tegen dat wat in het moment om aandacht vraagt, maar het leven wordt dan al gauw zielloos en ja, vol lijden. Verborgen, verlossende boodschappen gaan aan ons voorbij. We houden de deur gesloten voor lessen die ons dieper in onszelf willen brengen. Het onverwachte in het leven: dat wat we van te voren niet hadden kunnen bedenken, wordt verdrukt door voorspelbaarheid en saaie routine. Het is om deze reden dat ik het zo mooi vind om in mijn werk met het thema ziek van verlangen te werken: het verliefd worden op een ander wordt dikwijls veroordeeld door onszelf en door anderen, terwijl ieder verlangen in essentie onschuldig is. En voor ieder mens (en voor alle betrokkenen) een bijzondere, zielsverrijkende boodschap bevat. Mits we het op een zorgzame, respectvolle wijze benaderen. In een crisis: wanneer ons toekomstbeeld weggevallen is, mogen we leren hoe we luisteren naar dat wat van nature door ons heen beweegt. Om van daaruit op paden te komen die onze mind nooit had kunnen bedenken. 


Een crisis of niet, ik geloof dat we allemaal onszelf mogen herinneren aan hoe we dat wat we verdringen, met eerbied tegemoet kunnen treden. Het is niet makkelijk, maar soms is het de enige weg die er nog te nemen valt. Of zoals een hedendaags mysticus genaamd James Finley eens zei: “If you don’t know what to do or say, stand still and make a bow.”