Op 9 maart 2016 kwamen de eerste narcissen uit de grond, net als nu. De aarde maakte zich klaar voor een nieuw begin. Om 11:27 die dag, blies mijn broer Robin zijn laatste adem uit. Ik kwam op dat moment zijn kamer binnen. Mijn moeder en een verpleegster van het hospice stonden bij hem. Niemand begon luid te huilen, zoals je misschien in een film zou zien. Er was alleen een knikken uit een soort van volledige acceptatie naar het besef dat de dood en het leven groter zijn dan de wil van een mens.

Er zaten enkele jaren tussen zijn diagnose van een hersentumor en zijn sterven. Het waren geen makkelijke jaren. Robins medicijnen en tumor maakten hem een ander mens. Een moeilijk mens zelfs. Dat zou iedereen beamen die hem gekend heeft. Ik wil daar verder niet op ingaan, maar het maakte het voor mij moeilijk om van hem te houden terwijl het besef er was dat hij niet meer lang te leven had. Echter, verdwenen in zijn laatste maanden die eigenaardigheden ineens en bleef alleen een pure Robin over die zich had neergelegd bij zijn lot om een vroege dood tegemoet te gaan. Zijn ogen waren zacht. Hij sprak liefdevol. Hij was niet bang om mijn blik op te zoeken en deze vast te houden. Toch bleef ik een afstand tot hem voelen. Ik wilde die niet voelen, ik wilde bij hem in bed kruipen en zeggen hoeveel ik van hem hield, maar ik was bang, in de war en gekwetst om zijn gedrag dat voorheen zo veranderd was. Ik had mijn broer weer terug, maar nu zou hij binnen een korte tijd overlijden.

Ik begreep niets van deze hele situatie: ziek-zijn en sterven, wat moest ik ermee? Het was de kinderlijke onschuld die nog in mij zat die geconfronteerd werd met een hartverscheurende realiteit van verlies.

Ergens wist ik wel dat zijn laatste maanden hét moment moest zijn dat ik eerlijk tegen hem moest zijn over hoe ik me werkelijk voelde, maar ik durfde niet. Ik maakte mezelf wijs dat ik hem nergens mee wilde ‘belasten’, dus ik… Ik was er alleen. Ik was: ik probeerde alle dagen bij hem te zijn toen hij eenmaal in het hospice lag, en hielp mee waar nodig. Ik was de schaduw op de muur. De voetstappen in de gang. De persoon die meehielp het bezoek te ontvangen. De persoon die verse sinaasappelsap met een rietje voor hem klaarzette. Ik gedroeg me als een vrouw van stand uit een kostuumdrama: ik lachte beleefd en sprak alleen op gepaste momenten. Maar ik liet niet mijn hele zelf zien. Ik wilde hem niet kwetsen. Dat wat ik in mezelf meedroeg, was te pijnlijk om tegen iemand die nog maar even te leven had, te zeggen. Ik moest blij zijn, sprak ik mezelf streng toe, dat hij nog leefde. Ik moest vooral liefde en broederschap voelen. Geen boosheid, geen argwaan, geen haat naar het leven dat het leven zo moest lopen.

In geen enkele film of in geen enkel boek, zag ik ooit mensen die voelden wat ik voelde in een situatie zoals deze. In de meeste films duurt sterven vrij kort, meestal maar een paar dagen of gebeurt het in een paar uur. Geen enkele weken, zoals bij mijn broer. Waar een aantal langzame jaren van aftakeling aan voorafgingen. En in films worden uiteindelijk de mooiste afscheidspraatjes gevoerd. Er worden geheimen onthuld, zoals ‘achter het schilderij met de boom, ligt een kluis. In die kluis liggen documenten van…’. Of ‘Ik heb het nooit tegen iemand gezegd, maar ik ben altijd blijven houden van…’. Of: ‘Ik hou van je. Besef dat heel goed. Ik hou van je.’ Nergens in die films heb je een zusje dat op de rand van het bed van haar broer zit, absoluut niet weet wat ze moet zeggen en onwennig de andere kant opkijkt, het raam uit. Terwijl haar broer vraagt: “Wat zie je buiten?” In de hoop zo een gesprek met haar aan te knopen. In geen enkele film zie je iemand die zijn/haar/hen moeilijkste gedachten deelt met een stervende, met het doel om samen eindelijk dat gesprek te voeren dat jaren niet gevoerd is en een relatie te helen.

De verhalen die we horen, zien en lezen, worden de wereld waarin we leven. Deze verhalen bepalen hoe vrij we onszelf laten. Wat we wel of niet doen. Of wat we wel of niet zeggen. Wat geoorloofd is en wat niet. Wat we van onszelf accepteren en wat niet. Wat als ‘normaal’ wordt gezien en wat niet. Ik zag wat ik eigenlijk wilde doen, in geen enkele film of in geen enkel ervaringsverhaal dat sterven besprak, dus ik wees mezelf af. Ik vond mezelf maar raar en ‘moeilijk’. Ik probeerde het te negeren. Van nature wilde er iets door me heen komen, maar ik zag geen mogelijkheid. Dus ik bevroor en ‘gedroeg me’. Wat de samenleving niet laat zien en waar het niet over vertelt, en dus wegstopt, is heel lastig om zelfstandig, in je eentje, naar buiten te brengen.

Maar nu, zeven jaar later, leef ik met het harde besef dat ik iets ‘ongeleefds’ in 2016 heb achterlaten en nooit meer kan overdoen.

Goed, ik weet ook wel dat ik het moest ervaren om dit nu te weten, maar toch. Het maken van fouten biedt verdieping én tevens snijdt het een wond in de ziel.

 

 

Illustratie uit 2016, vlak na Robins dood

Het sterfbed

Ik ben gaan zien dat er meerdere momenten in het leven zijn waarop we te maken krijgen met het sterfbed.

En hiermee bedoel ik niet alleen het letterlijke sterfbed, maar het metaforische sterfbed. Zoals het einde van een relatie, bijvoorbeeld. Waarin de relatie die tot dusver geleefd werd, sterft, zodat er iets nieuws geboren kan worden. Zonder elkaar of met elkaar.

Ik wil geloven in de idee dat we eindeloos veel kansen toegereikt krijgen in het leven, maar ik geloof ook dat sommige kansen wel degelijk een houdbaarheidsdatum hebben. Er zijn momenten in het leven, waarin er een ‘nu of nooit is.’ Iets wat niet snel meer terug zal keren of zelfs nooit meer. En dat het moment van ons vraagt om ons hele zelf uit te nodigen. Met ons hele zelf, bedoel ik: onze leuke kant, maar ook onze minder leuke kant. Een uiting van radicale eerlijkheid.

Onze lieve, schattige gedachten, maar ook onze gedachten die shockerend voor een ander kunnen zijn. Het vraagt van ons om ons niet meer in te houden, maar juist álles van wie we zijn, te geven. Om te brullen, om te huilen én om stil te zijn. Echter houden we ons vaak in, in het leven, omdat we de ander niet willen kwetsen. Omdat we te weinig verhalen hebben van anderen die hebben getoond dat het normaal is om dit te doen. (Voor alternatieve verhalen waarin ik laat zien hoe ik met crisissen in mijn eigen relatie omga, zie de lijst van links onderaan deze blog.) Of omdat we daarmee hopen dat we het ‘niet te voorkomen einde van iets’, met zwijgen alsnog kunnen voorkomen. Onderwijl we dondersgoed weten dat we aan de vooravond staan van een sterfgeval.

Vragen die hierbij horen zijn:

  • Op wat voor manier ‘gedraag’ jij je nog? Wanneer ben jij nog vreselijk beleefd? Zoals een hofdame of hofheer uit vroegere tijden? Welke overtuigingen houden jouw lippen op elkaar gesloten?
  • Ken jij mensen (of ben jij zelf iemand) of verhalen die heel eerlijk zijn geweest bij een letterlijk sterfbed of een metaforisch sterfbed? Of is dit verhaal wat ik hier vertel vrij nieuw voor jou?
  • Durf je echt te zeggen wat je denkt?
    Durf je de gedachten te delen die al een hele lange tijd in je zitten?
  • Durf je werkelijk je hele zelf te laten zien? Jouw boze ik én de jij die ongelooflijk veel van de ander houdt? Jouw ik die heel goed weet hoe de vork in de steel zit, maar tegelijkertijd ook de ballen van alles begrijpt? Durf je daarmee de dualiteit in jou aan de ander te laten zien?
  • Durf je alsmede de dualiteit van de ander, en de rauwheid in reactie van de ander, te ontvangen? Kan jij de gifadem van de ander ruiken, zonder er direct tegenin te gaan?Kan je daar ruimte voor te maken?
  • Gun je de ander jouw waarheid? Niet om een ander te breken, maar om op juist deze manier elkaar opnieuw een kans te geven? Hoe contra-intuïtief dit ook klinkt? Voorbij ‘goed gedrag’ en het ‘gezellig en leuk’ en, (getsiedekkie) ‘respectvol’, willen houden?
  • Durf je aanwezig te zijn bij het sterfbed? Echt aanwezig? Met alles van wie jij bent? Zonder de gedachten van hoe het hoort? Want… Zodra je bezig bent met ‘hoe het hoort’ kunnen we er prat opgaan dat we te maken hebben met een onvolmaakt, overgenomen verhaal. Een verhaal dat niet ons hele mens-zijn in zich heeft opgenomen en belangrijke delen buitensluit. Vaak, in onze Westerse cultuur, zijn dat de minder plezierig ogende delen.

 

Soms kunnen we niet anders dan de lelijkheid van onszelf naar buiten brengen, dat waarvan we denken dat het daglicht het niet verdragen kan, om werkelijk vooruit te kunnen.

Sterven is een lelijk proces, heb ik gemerkt. En ja, ja, ja, er zitten ook hele mooie momenten aan. Maar mijn ervaring is dat het ook enorm kdajslksajdasj is. (Bedenk zelf maar een woord. Ik weet het niet. Ik schreef eerst ‘traumatisch’, maar ik vond het een stom woord.) Net als dat letterlijk sterven lelijk is, is metaforisch sterven dat ook. Er is geen mooie, slimme, alleen-maar-liefdevolle weg naar buiten. Het is confronterend. Pijnlijk.

In relaties kunnen we zijn als twee wilde dieren die in een kooi opgesloten zitten en een weg naar buiten zoeken. (Vorige week bracht ik onze Poes naar de dierenarts. Ze sprong op en neer in het reis-kooitje. Ze miauwde luid. Ze gromde(!) zelfs naar de dierenarts. Dat had ik haar nog nooit naar een mens horen doen. Ze sloeg met haar pootje steeds weer tegen de tralies. Ik keek naar haar en dacht alleen maar: girl, dit ken ik zo goed…)

Een argument dat ik vaker hoor van mensen is ‘dat ze niet meer van een ander houden’ en daarom niet dit proces met alles van wie ze zijn in willen gaan.

Mijn reactie daarop is het volgende:

Ten eerste: denk je dat twee wilde dieren die opgesloten zitten in een kooi nog van elkaar houden? Natuurlijk niet! Die zijn daar echt niet mee bezig. Houden van, kan pas weer ontstaan buiten de kooi. In vrijheid. (Vrijheid is hier een breed begrip.)

En ten tweede: hou je niet meer van de ander? Begin dan bij het begin en zeg tegen de ander dat je geen ‘houden van’ gevoelens meer hebt. Zonder daar een conclusie uit te trekken. Zeg het, VOEL hoe het is dit te zeggen, KIJK naar hoe de ander reageert en NEEM WAAR wat dat met jou weer doet. Maak ruimte voor dit statement dat in je leeft. Het is héél normaal om in je huwelijk/relatie ook niet van elkaar te houden. Heel erg normaal. Het enige dat het nodig heeft, is benoemd worden. Waarna een transformatie kan ontstaan.

Er is één duidelijk verschil tussen het letterlijke sterfbed en het metaforische sterfbed. Als een mens sterft, komt hij niet meer terug. Je kunt geloven dat de ander daarna een nieuw leven na de dood ingaat. Maar in wezen, is het een definitief einde van iemand. Ik hoopte ergens dat Robin na deze 7 jaar weer terug zou komen, maar nee hoor. Niets. Nada. Niente.

Als een relatie sterft, of een baan, of wat dan ook, dan is er wél nog een letterlijk leven na de metaforische dood. Er is nog een kans. Er wordt altijd een nieuwe kans geboren.

Onze mind zal denken dat iets wel hét einde is. Maar geloof je gedachten asjeblieft niet als het zegt: “Ik hou niet meer van hem/haar/hen en daarom moet ik scheiden.” Je kunt het uitspreken, maar voel weer wat dat met je doet. De enige taak van twee mensen in een crisis is: samen een heilige ruimte maken voor alles wat eerder niet benoemd werd, wat steeds maar niet benoemd wordt, waar we het meest naar verlangen en waar we het meest bang voor zijn. Ruimte maken, betekent: uitspreken, voelen, er tijd over heen laten gaan, luisteren naar elkaar, en luisteren naar de ingevingen die in de tijd die voorbijgaat van binnen ontstaan.

Als je wel besluit te scheiden of uit elkaar te gaan, hoeft het ook niet te betekenen dat dit voor altijd is. Dit sterfbed-metafoor in het leven, geeft alleen om sterven alleen. Hoe vreemd het ook klinkt. Robin zei eens in zijn laatste weken: “Zolang ik sterf, ben ik nog niet dood.” Sterven is iets anders dan daadwerkelijk dood-zijn. Sterven is loslaten, afbrokkelen, een pijnlijke, maar helende waarheid toelaten, de kern over laten blijven. En ondertussen elkaar in de ogen aankijken terwijl je dit doet en zien dat niemand beter of belangrijker is dan de ander. Maar dat het jullie beiden overkomt en dat jullie beiden hierin staan. Ook als je meent dat je niet meer van de ander houdt.

Dit kan een erg lang proces zijn. Van maanden tot jaren. Je staat hierin niet stil. Er gebeurt in deze tijd ongelooflijk veel.

 

 

 

Spanje, 2015

Vragen die hierbij horen, zijn:

  • Kan je nog de hand van de ander vast blijven houden als je beiden weg wilt lopen?
  • Kan je nog de hand van de ander vast blijven houden als je weg wilt lopen van de waarheid die uit je mond komt?
  • Kan je nog de hand van de ander vast blijven houden als je weg wilt lopen van het afgrijzen in het gezicht van de ander? Durf je te blijven kijken?
  • Kan je nog de hand van de ander nog vast blijven houden als je hart naar iemand anders uitgaat op dit moment, maar je wel de hand van de vader/moeder van je kinderen vasthebt en/of zoveel samen daarmee gedeeld hebt?
  • Kan je in verbinding blijven? Kan je bij dat ‘lelijke gevoel’ dat in jezelf ontstaat blijven? Tot het harde, taaie in jezelf, langzaam in iets anders verandert? Lees ook echt de blog: wanneer de liefde breekt, de s.o.s. voor ná een moeilijk gesprek.

 

Praktisch:

Heb je geen idee van waar je moet beginnen? Dat begrijp ik. Dit is een pittige blog met een heleboel informatie.

1. Een tip is om te beginnen met het schrijven van een brief naar de persoon om wie het gaat. Sta jezelf toe om tijdens het schrijven van de brief je niet in te houden. Maak een ongecensureerde versie. Scheld. Kras. Gooi alles eruit. En geen zorgen: deze brief geef je NIET aan de persoon om wie het gaat! (Ik merk wel eens dat hier verwarring in zit bij anderen.) Optioneel: lees de brief aan jezelf voor om je emoties de ruimte te geven.

2. Laat de brief daarna een paar dagen liggen en kijk opnieuw naar wat je geschreven hebt. Wat valt je op? Wat is jouw waarheid? Wat zijn je behoeften?

3. Schrijf opnieuw een brief met jouw nieuwe inzichten erin. Voel wat het met je doet. Wat is het verschil tussen de vorige brief en deze brief? Wat gebeurt er als je deze brief aan jezelf voorleest?

4. Wacht weer een paar dagen en laat de bevindingen in jezelf doorwerken.

5. Je kunt daarna een afspraak met de ander maken om deze nieuwe brief voor te lezen. Als dit nog belangrijk voelt. Of, als de pijn weer terugkomt en je ziet dat je wel degelijk de confrontatie met de ander moet aangaan.

6. Maak in het bespreekmoment ruimte voor het voorlezen en voor je eigen gevoelens. Als er tranen komen, huil dan. Lees rustig(!) en met pauzes. Durf de stilte te laten spreken. Kijk de ander af en toe aan (hoe eng dit ook is, omg). Vraag aan de ander eerst alleen te luisteren en later pas te reageren. (Dit kan ook de volgende dag.) Voel hoe de woorden je bevrijden. Het kan natuurlijk zijn dat de ander enorm geraakt is. Wees hier ruimte voor. En maak hier ruimte voor. Ook als dat betekent dat jij eerst luistert naar de ander en daarna opstaat om een blokje om te wandelen.

Meer lezen, doen of luisteren?

Deze onderstaande links bieden verhalen aan met een ander perspectief. Welke je toestemming geven andere impulsen dan normaal te volgen ten tijden van moeilijke momenten.

Blogs

Boek:

  • Zinvol rouwen, het boek over het sterf- en rouwproces van mijn broer dat ik samen met mijn moeder Kitty Vromen schreef. Vol met rauwe eerlijkheid.
  • De ontembare vrouw door Clarissa Pinkola Estes. Met name het hoofdstuk: Het hart als eenzame jager. Over de metaforische dood. Dit hoofdstuk deel ik vaker met mensen die een intensive bij me volgen.

     

Online met mij studeren:

Werk met mij:

Liefs,

Anne

Verliefd op een collega

Verliefd op een collega

Van alle mensen die vanaf 2016 in mijn praktijk komen, komt ongeveer 60% met een belangrijke vraag over het verlangen naar een dierbare collega. In mijn nieuwste podcastaflevering vertel ik over wat ik leerde over het diepere verhaal achter het verlangen naar iemand...

Omgaan met paniek

Omgaan met paniek

Ze praat snel. Ik hoor de paniek in haar stem via de speaker van mijn telefoon die op luidspreker staat. Met mijn ogen gesloten leun ik achterover in mijn stoel terwijl ik naar haar spraakwaterval luister. Ik ben opgehouden dingen te noteren in mijn notitieboekje....

De grootsheid in jou

De grootsheid in jou

Hoezeer we ook met onszelf in de knoop kunnen zitten Hoe lelijk we naar onszelf kunnen praten  Hoezeer we de hoop op een goede toekomst ook opgegeven kunnen hebben en totaal geen perspectief meer zien Hoe donker het innerlijk nu kan zijn op momenten Hoe fel het...

Eenzaamheid vermomt zich in vele jasjes

Eenzaamheid vermomt zich in vele jasjes

artwork van Brian Kershisnik Met hangende schouders staar ik naar het door mij eerder volgekladde papiertje met alle dingen die ik van mezelf nog moet doen. Ik heb nog twee weken, denk ik bij mezelf, voordat de coachingspraktijk weer opengaat. Voor die tijd moet het...

Als mensen niet doen wat je wilt dat ze doen

Als mensen niet doen wat je wilt dat ze doen

Met een zwaar gemoed slenter ik door de stad. Ik had het voornemen om in de bibliotheek door tijdschriften te bladeren waarin ik zou kunnen staan met het werk dat ik doe. Ik weet niet of je ooit die advertentie gezien hebt voor de cursus: ‘How to be a magazine...

Gaan voor wat ik wil

Gaan voor wat ik wil

Iedere dag kijk ik ongeduldig uit mijn raam of mijn tulpen al groeien. En nee, dat is geen codetaal voor iets schunnigs. Ik plantte daadwerkelijk een paar bollen vorige herfst, langs het pad waar mijn coachees naar de voordeur wandelen. Ik stelde een koninklijk entree...

Jezelf dragen

Jezelf dragen

Waarom het zo eng is weet ik niet. Maar ik doe er soms uren, en laten we eerlijk zijn: ik doe er soms dagen over voordat ik ga zitten, mijn lichtblauwe moleskine dagboek met vlekken erbij pak en ga schrijven.   Ik begin altijd hetzelfde: ik schrijf de datum op, zet...

Het riskeren van vreugde

Het riskeren van vreugde

We hebben allemaal een wond van binnen die eens in de zoveel tijd flink begint te etteren. (Excuses voor het beeld.) Twijfel je of jij dit hebt? Dan wil ik aan je vragen: wanneer was de laatste keer dat jij iets te fel reageerde op een geliefde of een collega? (Ik...